Jeroen in Thailand

99%

Negenennegentig procent... dat zegt m'n tellertje op de weblog... Toen ik vanochtend in de bus zat, dacht ik even terug aan m'n eerste weekje in Bangkok, m'n tijd bij Jack, de tempel, Chiang Mai, Pai, Myanmar, Songkran, de retreat, het dierencentrum... het lijkt allemaal nog zó dichtbij en tegelijkertijd ook alweer zó'n eeuwigheid geleden... Vijf maanden zijn voorbijgevlogen, maar er is in die tijd zoveel gebeurd, dat het voelt alsof ik hier al minstens een jaar rondloop. Maar goed, het is nog niet voorbij. 99% is nog geen 100%. (jaja, die heeft een 8.7 voor z'n wiskunde-examen gehaald...)

Ik ga weer even verder waar ik vorige keer was gestopt...

De monnik

Ruim dertig jaar geleden besloot de man - die nu bekend staat als de monnik Ajahn Sumano Bhikku - naar Thailand te vertrekken en in een klooster in te treden. Na een paar jaar verliet hij dit klooster en nam zijn intrek in een grot in de bergen, een paar kilometer verderop. Mediteren, mediteren, mediteren.

Hoewel ik inmiddels wel heb ontdekt dat het Theravada Boeddisme niet echt mijn ding is, leek het me toch wel heel interessant deze man te onmoeten, ook omdat ik na mijn twee vorige retreats nog wel met een aantal vragen rondliep. Na een reis van vijf uur had ik 'm eindelijk gevonden, inmiddels leeft hij niet meer in z'n grot, maar in een klein huisje dat de dorpelingen als 'donatie' voor hem hebben gebouwd.

Van iemand die 30 jaar lang heeft zitten mediteren, verwacht je toch op z'n minst wel een beetje zweverigheid, maar daar kon ik 'm eerlijk gezegd totaal niet op betrappen. Sterker nog: Dit is één van de meest nuchtere personen die ik ooit heb ontmoet. Zo iemand waarbij je je meteen thuis voelt en alles durft te zeggen, omdat je weet dat hij je er toch niet om zal beoordelen of anders om zal behandelen. Iemand die zich niet door vooroordelen of gevoelens laat meeslepen, maar alles gewoon neemt zoals het is.

Het punt in het boeddisme dat mij het meest voor het hoofd stoot is de gedachte 'alles is lijden'. Ajahn Sumano legde dit als volgt uit: 'Alles is ontevredenheid: Als je ongelukkig bent, wil je gelukkig zijn, en als je gelukkig bent, wil je nóg gelukkiger zijn. Nooit ben je tevreden. In de winkel kun je uren staan twijfelen over wat je wilt kopen, en als je dan uiteindelijk je keuze hebt gemaakt, heb je voor je de deur uit loopt eigenlijk alweer spijt.' En zo gaf hij nog meer voorbeelden. In veel van zijn voorbeelden kon ik me heel goed herkennen, maar naar mijn idee maakt hij er gewoon een iets te groot probleem van. Inderdaad, als ik Ritter Sport met rozijnen heb gekocht, had ik toch liever die Milkareep met biscuit gehad, maar vaak lach ik daar gewoon om en geniet dan ook niet minder van mijn Ritter Sport met Rozijnen. Inderdaad, één van de shirts die ik op de markt heb gekocht, zag er na de eerste wasbeurt ineens totaal anders uit, maar goed, het zij zo, genoeg andere shirts, en bij het rescue centre kon een oud shirt ook helemaal geen kwaad. Inderdaad, als ik een kaarsje zie branden, wil ik naar Taizé, als ik uitga, mis ik m'n vrienden, als ik 's avonds alleen in bed lig, mis ik thuis, als ik een mooie bloem zie, denk ik: had ik m'n camera maar bij me, als ik op een prachtig plekje in de bergen ben, denk ik: ik wil hier voor altijd blijven. Maar dat zijn mijn gedachten nou eenmaal, dat komt en gaat, maar moet je het daarom meteen als lijden bestempelen? En geniet ik er daarom echt minder van? Volgens mij ligt het er gewoon aan hoe je naar die dingen kijkt.

Het doel van meditatie is, zo legde hij uit, alles op één rechte lijn te brengen, geen pieken en geen dalen, zo bereik je innerlijke rust en tevredenheid met alles wat is. 'Maar dat klinkt nogal...' begon ik. 'Saai,' maakte de monnik af. 'Klopt, dat is het ook, maar als je eenmaal in die tevredenheid zit, heb je geen behoefte meer aan iets anders, dan is het gewoon goed.'

Ik dacht aan een zinnetje uit de Bijbel (Prediker): Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen.

Dus mocht ik ooit het gevoel hebben dat ik alles in dit leven wel heb meegemaakt, dan zal ik misschien nog eens terugdenken aan wat de monnik zei, maar tot die tijd ga ik gewoon 'genieten van mijn jonge jaren'!

Het grootste regenwoud

Het was al avond toen ik bij de monnik wegging, en hij zei dat ik dichtbij het Khao Yai Park zat. Mocht ik daar nog een trekking willen doen, kon ik dat beter meteen regelen in plaats van eerst weer terug te gaan naar Bangkok. Laat dat nou toevallig net op m'n lijstje staan! Dus ik werd afgezet bij één van de lodges aan de lange weg naar het park toe en bracht daar de nacht door, om de volgende ochtend (samen met twee andere Hollanders) op weg te gaan voor een dagtrekking in het National Park.

We waren nog maar net het gebied ingereden, of Mr. A (onze gids) schreeuwde al dat we de auto uit moesten: Een slang! En inderdaad, in een boom langs de weg hing een haast onzichtbare witte slang. Die man doet al jaren deze tours, maar is nog steeds ongelooflijk enthousiast over elk die dat hij ziet.

Op een gegeven moment hoorden we het gezang van gibbons redelijk dichtbij de weg. We stapen uit en liepen een stukje het woud in met de verrekijker. Na een paar minuten begon A opgewonden te wijzen naar een plekje hoog in de bomen, waar we inderdaad een gibbon zagen hangen. Echt zó cool om te zien dat er blijkbaar nog genoeg van die dieren in het wild leven, en ze niet allemaal in 't toerisme (of uiteindelijk in het wildlifecentre) terecht komen. Zo hoort het! Daarvoor hadden we trouwens ook al een hele troep makaken langs de kant van de weg gezien, die rustig hun kont zaten te warmen op het zwarte zonverwarmde asfalt.

Tijdens de wandeltocht zagen we nog een gibbon, een heleboel enórme geel-zwarte spinnen, een paar neushoornvogels en een schorpioen, die A met een stokje uit z'n holletje probeerde te lokken. De wandeltocht was echt heel cool, maar ook behoorlijk vermoeiend (ik was niet helemaal lekker die dag), dus ik was blij toen we weer in de auto zaten. Na de lunch gingen we naar de waterval uit de film 'The Beach' (schijnt heel bekend te zijn - zegt mij persoonlijk niets) en vervolgens naar het hoogste punt van het park. Dat is gewoonlijk vast heel prachtig om te zien, maar toen wij eraan kwamen, schoof er ineens een hele lading wolken voor de berg en zagen we helemaal niets.

Als afsluiting van de dag gingen we naar een nóg grotere waterval toe. Die was echt heeel huge. We waren daar aan het eind van de middag en dan zoeken veel dieren de waterval op om te drinken, en inderdaad, op de terugweg kwamen we nog weer een groep makaken tegen. Op de weg terug naar het guesthouse gingen we nog op zoek naar olifanten, die rond die tijd ook vaak het warme asfalt op zoeken, maar die konden we helaas nergens vinden, en dus gingen we weer terug naar het guesthouse, waar ik - ook al was het nog maar zeven uur - als een blok in slaap viel.

Laatste twee daagjes...

Vanochtend werd ik heel beroerd wakker, maar na alle busreizen (wat werkt er beter tegen ziek zijn dan een busreis?) voelde ik me vreemdgenoeg weer een stukje beter. Ik zou eigenlijk om tien uur een paar Thaise vrienden van me uit Phonphisai gaan ontmoeten, maar tegen de tijd dat ik in Bangkok aankwam was het al twee uur. Die ga ik nu als het goed is vanavond ontmoeten.

Morgen ga ik naar Ayuthaya (als ik deze keer wél op tijd opsta) om op de valreep toch nog even deze vormalige hoofdstad te kunnen zien. Dan hoop ik 's avonds nog even wat mensen van het wildlifecentre te ontmoeten op Khao San Road, en nog even m'n laatste souvenirs in te slaan, shit, wanneer ga ik dat doen? Naja, komt wel goed...

Laatste weekje...

Het heeft een tijdje geduurd... maar het is zover... een nieuw verhaal vanuit Thailand!

Het centrum

In mijn vorige verhaal heb ik wel ongeveer helemaal uiteengezet wat het centrum en het werkinhielden. Daar valt bar weinig aan toe te voegen. Ik vond het werk daar echt geweldig en ik heb er vier weken lang met heel veel plezier gewerkt. Het meerendeel van de tijd stond ik op Primates 2, mijn favoriete stekkie. Het leuke van veel tijd op dezelfde job doorbrengen is dat je de dieren steeds beter begint te kennen, je krijgt door wat je moet doen om ze ergens anders heen te lokken, je weet welke dieren je kunnen grijpen (en vooral hoe je dat vervolgens kunt voorkomen) en je creëert ook echt een persoonlijke band met ze. Sommigen worden gek van woede zodra je in de buurt komt, anderen gaan helemaal in hun kooi tekeer om je beschermen als een andere aap je grijpt. Sommigen zijn heel vriendelijk en kun je afentoe aaien (kan, mag niet!) en anderen doen alleen maar alof ze heel vriendelijk zijn, totdat je binnen grijpafstand komt. En tsja... als je daar dan na vier weken weggaat, laat je niet alleen een boel leuke mensen achter, maar ook een boel leuke dieren...

Leuke bijkomstigheden

Tongue out

En als je met een stuk of twintig andere (grotendeels jongere) mensen op mekaar gestapeld zit, gaat natuurlijk niet iedereen braaf na het eten slapen. 's Avonds was er vaak meer dan genoeg te doen. Nummer 1 was P5, een soort minisupermarktje in het dorp met een tafeltje buiten waar je gezellig wat kon zitten drinken.

Daarnaast waren er nog afentoe wat dingen op het centrum georganiseerd, zoals de 'Bid of Promises', een soort veiling van wat mensen wilden aanbieden. De één bood zijn vrije dag aan, de ander een zondagochtend-kater-ontbijt en nog veel meer. Zelf bood ik een ik-mis-mama-pakket aan: Een verhaaltje voorlezen, slaapliedje zingen, instoppen en... (optioneel) een nachtkus! Het opgehaalde geld werd ging naar het centrum en dat was, als ik het me goed herinner, zon 12000 Baht (250 euri) dus da's best een leuke opbrengst!

De nacht na de Bid of Promises was er een verjaardagsfeestje: Het centrum bestond acht jaar en dat moest gevierd worden met pizza, pasta en bier! Ook dat was niet vervelend, nadeel was echter wel dat ik de volgende ochtend gewoon om zes uur m'n bed weer uitmoest om berenpoep te vegen...

En verder zijn we nog twee nachten uitgeweest in Hua Hin, een kustplaats die ook wel 'mini-Bangkok' wordt genoemd. Het is één groot toeristenoord met allemaal luxe spa's, dure hotels, McDonalds, Starbucks, enz. Én je kunt er leuk uitgaan! De eerste keer dat ik er heen ging was ergens in m'n derde week. Tegen elf uur begon ik het echt naar m'n zin te krijgen en tegen twaalven moesten we helaas al weer terug. De tweede keer was mijn laatste nacht, afgelopen vrijdag. Samen met Erik (m'n Hollandse kamergenoot die ook die dag vertrok), Sarah en Ronja (die de dag erna vrij hadden) bleven we 's nachts in Hua Hin en dus konden we veel langer uitgaan. Foto's komen z.s.m.! (Hé, dat heb ik mezelf vaker horen zeggen...)

Bangkok

De zaterdag erop was iedereen te suf om wat te doen. We liepen een beetje door de stad, dronken wat, aten wat, en voor we het wisten was de dag bijna voorbij. Erik en ik pakten rond negen uur de bus naar Bangkok, waar we rond middernacht aankwamen.

De volgende dag zouden we naar dé weekendmarkt gaan, wat echt een geweldige ervaring schijnt te zijn omdat'ie zo enorm groot is. Helaas lukte het Erik 's ochtends niet zijn vlucht te bevestigen (hij zou die avond terug naar Nederland vliegen) en tegen de tijd dat dat wel lukte, hadden we allebei eigenlijk meer zin om gewoon een beetje te relaxen. En dus gingen we even lekker bij het zwembad hangen, een heerlijke massage halen, en tegen de avond op weg naar Pat Pong, dé plek voor sekstoerisme in Thailand. Wij hadden echter een ander doel: Eten! Volgens Erik was er een superlekker Grieks restaurant en aangezien wij allebei na al dat Thaise etenwel evenzin hadden in iets anders, hebben we daar heerlijk genoten van Fetasalade, gyros, knoflookbrood, pita's, en (uiteraard) Griekse yoghurt met honing en walnoten! Na ons een weggeslagen te hebben door alle verkopers van 'pingpongshows', namen Erik en ik afscheid en scheurde hij er met de taxi vandoor in de hoop nog op tijd op het vliegveld aan te komen.

En nu zit ik hier weer alleen, met veel te veel plannen en veel te weinig tijd. Eigenlijk wilde ik vandaag de historische (oude hoofd-)stad Ayuthaya gaan bezoeken, maar daarvoor moet je toch echt iets eerder opstaan. Dat hoop ik dus overmorgen te doen, want morgen ga ik op (be)zoek naar/bij een Amerikaanse monnik die al enkele tientallen jaren in een grot woont en mediteert. En verder wilde ik nog een trekking doen in het grootste regenwoud van Azië (Khao Yai), een paar vrienden uit Phonphisai ontmoeten, en nog veel meer, maar ik ben bang dat dat allemaal niet meer gaat lukken...

en dan...

Zaterdagochtend.

Vijf minuten voor elf.

Stapt Jeroen op het vliegtuig.

(Ok... ik stap iets eerder in hoop ik, want als het goed is vliegt het vliegtuig op dat tijdstip weg...)

En twaalf uur en twintig minuten later raken de wieltjes van het vliegtuig de grond weer...

Vet bizar idee.

Grijpgrage neushoornvogels en berenpoep

Grijpgrage neushoornvogels

Stel je voor, je loopt een enorme kooi in waarin drie neushoornvogels, een kaketoe en een pauw wonen. Zodra je de deur opent, komt de grootste van de drie neushoornvogels op je afvliegen, probeert je in je arm te bijten en blijft dat het daaropvolgende half uur als een soort foutgeincarneerde hond met aandachttekort proberen. Dat is trouwens niet zijn enige hobbie, hij hangt ook graag aan je bezem en zodra je het roze schrobborsteltje tevoorschijn haalt, is hij al helemáál niet meer te houden. Maar al deze dingen zijn nog niets vergeleken met zijn grootste hobbie: Als een soort blinde kamikazepiloot rechtstreeks op vrijwilligers afvliegen in de hoop ze met zijn snavel rechtstreeks tussen de ogen te raken. Ja, Randy is dolgelukkig met alle vrijwilligers. En hij is niet de enige. Op de dag dat ik in het Wildlifecentrum aankwam, kwam er nog een ander meisje aan. De volgende ochtend bij haar eerste klus werd ze meteen door een groep gibbons gegrepen die haar armen helemaal openkrabten. Oh en dan zijn er nog de beren, die graag in een boom klimmen en dan hun poep naar beneden laat vallen, zodat het tussen de wortels van de boom komt te zitten en het ons minutenlang schrobben kost om hun verblijf weer schoon te maken. Ja, het is echt heel dankbaar werken in dit centrum.

Berenpoep

En hoe sarcastisch dat laatste zinnetje ook klinkt, ik meen het echt. Het is echt geweldig werken hier. Ik heb er nu zeven werkdagen opzitten (en op dit moment een vrije dag, úitgeslapen!) en de tijd is echt voorbij gevlógen. De werkdagen zijn lang en zwaar, zeker na vier maanden reizen (wat op fysiek gebied nou niet bepaald heel zwaar was, meestal dan). 's Ochtends begin je om half zeven met het schoonmaken van de verblijven en direct daarna worden de dieren gevoerd. Om acht uur is het ontbijttijd voor de vrijwilligers en dan begin je vaak om negen uur weer met je volgende klus. Tegen lunchtijd voelt je lichaam aan alsof er al een hele werkdag opzit, maar dan moet je vaak nog gewoon tot vijf uur doorwerken. En daarna heb je het écht even helemaal gehad, maar voel je je wel heerlijk. Je wéét gewoon dat dit werk echt nodig is, die dieren moeten gevoerd worden, hun kooien moeten schoongemaakt worden, en het is best wel cool dat je daar tijdens zo'n reis aan kan bijdragen.

De eerste twee dagen heb ik de beren gedaan, dat was wel relaxed werk met veel pauzes tussendoor. De beren zijn supercoole beesten, zeker de kleintjes, heel speels en vrolijk. Ze moeten eerst in een hok gelokt worden, zodat wij hun verblijf kunnen ontdoen van voedselresten en berenpoep (die overigens verdacht veel weg heeft van de maïskoekjes die wij vaak bij de lunch hebben). Vervolgens moet het voedsel zoveel mogelijk hun natuurlijk gedrag naar boven halen. We verstoppen veel fruit in bomen of in gaten in de grond, zodat ze er echt naar moeten zoeken. 's Middags maken we verrijkkingen voor de dieren. Voor de beren is dat vaak iets in de vorm van bevroren fruit.

De drie dagen erna stond ik op 'primates 2', voornamelijk bestaand uit makaken, en 'other cages', waaronder otters, leguanen en de hierbovenbeschreven vogels. Dat was, in tegenstelling tot de eerste twee dagen, een dagvullende taak. De makaken zijn enorm slimme apen met bovendien een erg menselijke expressie. Aan hun gezichten kun je precies zien wat er in ze omgaat, hoewel ze dat ook wel eens willen misbruiken door te doen alsof. Zoals ik zei, het zijn enorm slimme wezens. Ook bij deze dieren geldt, dat ze eerst in een andere kooi gelokt moeten worden voor je hun kooi kunt schoonmaken, en waar beren gewoon blind hun neus volgen en achter je koekjes aankomen, hebben de apen precies door wat je van plan bent, en hebben ze niet de intentie het je gemakkelijk te maken. Voor je dus een kooi kan schoonmaken, ben je vaak weer een flink tijdje verder.

De laatste twee dagen van deze eerste week stond ik op quarantaine, een afgescheiden gedeelte in het centrum waar nieuwe dieren worden opgevangen om ze medisch te kunnen testen, hun gedrag te observeren en zo te zorgen dat ze op een goede plek in het centrum terechtkomen. Het werk hier bestond vooral uit schoonmaken, schoonmaken en schoonmaken, maar hoewel dat op een gegeven moment wel degelijk gaat vervelen, zorgen de dieren voor voldoende afwisseling. Vooral apen hebben zóveel karakter, elk dier heeft zijn eigen persoonlijkheid, en natuurlijk zitten er ook veel dieren met trauma's tussen. De één heeft een hekel aan mannen, de ander aan vrouwen. Sommige dieren zitten de hele dag stil in hun kooi en duwen hun rug tegen het hek aan in de hoop dat je ze even wilt aanraken, anderen stuiteren alle kanten op en proberen alles te grijpen dat in hun buurt komt. Eén van de gibbons in quarantaine in bijzonder gewiekst hierin. Als ik in de buurt kom, gaat hij met z'n rug naar me toe zitten met z'n handen voor z'n ogen, zodat ik denk dat hij geen aandacht aan me besteedt. Stiekem gluurt hij echter elke tien seconden even door z'n vingers om te zien of ik (of m'n bezem of gieter) al dichtbij genoeg is om te kunnen grijpen.

En verder zitten er op dit moment zo'n twintig vrijwilligers, en is er een enorme boekenkast met allemaal interessante boeken, dus de avonden zijn vaak ook goed gevuld.

Het centrum

Ik heb het wel steeds zo mooi over 'het centrum' en 'de dieren', maar volgens mij heb ik jullie nog helemaal niet verteld waar ik nou precies zit. Even een korte introductie: Ik zit nu voor vier weken (van 1 tot 29 mei) in het Wildlife Rescue Centre van Wildlife Friends of Thailand. In 2001 opgericht door de Nederlander Edwin Wiek, is het centrum in acht jaar gegroeid tot een enorm reddingscentrum met meer dan tweehonderd apen, tientallen beren, twee luipaarden, een tijger, twee handjesvol vogels, een krokodil, twee luipaardkatten, verschillende soort civets, en ga zo maar door. In Thailand leefden veel van deze dieren vroeger in het wild, maar nu zijn ze ook hier iets bijzonders geworden, met vervelende gevolgen: Ze worden gevangen gehouden als 'foto-object' voor toeristen, mensen houden ze als huisdier, of ze worden simpelweg opgegeten. Dieren worden ook totaal niet gezien als levende wezens met gevoel, het zijn eerder interessante bewegende objecten.

Toen Edwin naar Thailand kwam om hier een bedrijf te starten, zag hij een tijger die zat vastgebonden bij een tankstation om op de foto te gaan met klanten. De tijger kreeg compleet verkeerde voedsel, inclusief energydrinkjes om 'm wakker te houden en drugs om 'm kalm te houden. Nadat hij de eigenaar zover had gekregen dat de tijger naar een rustiger plekje achter het station werd verplaatst en beter voedsel kreeg, wist hij ten slotte de tijger helemaal te redden. Meow was er enorm slecht aan toe. Vanwege de verkeerde voeding was het volledige achterlichaam verlamd met als gevolg dat het arme dier zich niet eens kon omdraaien, laat staan opstaan. Nu, jaren later, kan Meow lopen, hetzij ietwat schommelend, en dat is prachtig om te zien... maar het blijft je ook herinneren aan het feit dat zo'n prachtig en trots beest alleen maar voor het geld is misbruikt en afgebeuld. 'Mensen zijn beesten' zei een bezoeker van het centrum, en als je Meow ziet lopen kan je niet anders dan het volledig met hem eens zijn. En dit is niet alleen Meow's verhaal, veel dieren hier hebben een soortgelijke bizarre geschiedenis. Veel aapjes worden als babytje gevangen door hun moeder neer te schieten, en worden vervolgens in een klein kooitje gepropt. Beren die als huisdier wordne gehouden en tenslotte gaan vervelen en worden bereid voor een groot feestmaal. De voorbeelden zijn eindeloos...

Nog vier weken...

Ik vind het dan ook geweldig dat ik de kans heb een klein beetje van mijn tijd en geld in dit initiatief te kunnen steken, en ergens vind ik het ook heel jammer dat ik over drie weken alweer wegga... ik leer hier zóveel en kan zóveel meer voor dit centrum betekenen als ik alleen maar een maandje langer zou blijven... maar goed, mijn vliegtuig vertrekt op zes juni. Vandaag nog precies vier weken te gaan. En eerlijk gezegd ben ik daar ook wel heel blij mee. Ik heb het enorm naar m'n zin hier, nog drie weken in het centrum en dan nog een laatste weekje om van dit prachtland te genieten, maar ik zal ook heel blij zijn als ik weer 'gewoon' thuis ben. 'Gewoon' tussen aanhalingstekens, omdat ik me hier echt heb beseft hoe gelukkig ik wel niet ben dat ik zo'n plekje heb dat ik thuis kan noemen. Een plekje met mensen die van me houden, vrienden in de buurt, m'n eigen kamer, een geweldige hond, elke dag te eten. Als ik over vier weken op het vliegtuig stap, zal ik dat met dubbele gevoelens doen. Ik zal dit geweldige land met al die geweldige inwoners en geweldige plekken achter mij laten met pijn in m'n hart, en tegelijkertijd niet kunnen wachten tot de wielen van het vliegtuig eindelijk weer Europese bodem raken...

Smile =D

En toen had ik ineens wéér een meditatieretreat gedaan. 'Ik dacht eigenlijk dat je het wel gehad had met meditatie', ja, dat dacht ik dus ook. Toen ik bij Jack was, vertelde hij me echter van deze retreat met als doel 200 Thaise en 200 buitenlandse jongeren bij elkaar te krijgen 'for the future to be possible'. En ik dacht: waarom niet?

Eerste indruk

En zo eindigde ik op 25 april op een scoutingterrein bij Saraburi voor deze vijfdaagse retreat. De meditatie is in de traditie van de Vietnamese zenmonnikThich Nhat Hanh. De monniken en nonnen in deze traditie dragen een soort bruine variant van de Harry Potter-gewaden en grote Vietnamese driehoekige hoeden op hun hoofd - al dan niet voorzien van een knalgele smilie-button. Ook hun gezicht is continu voorzien van een grote glimlach en alleen daardoor alvoelde deze retreat al in de eerste minuut helemaal geweldig! Bovendien is het plekje zelf ook extreem mooi. Overal prachtige bomen en planten, watertjes, hutjes, het lijkt de Efteling wel! En oja, zodra je een bel hoort, kan ook gewoon een mobieltje zijn, staat iedereen hier stil om even naar z'n adem te luisteren en tot zichzelf te komen.

Na het welkomspraatje (met superleuke Taizé-achtige liedjes) gingen we eten. In stilte, zodat je volledig van elke hap kon genieten. De rijst op je bord is door hardwerkende boeren verbouwd, de regen zorgde ervoor dat de plantjes groeiden, vrachtwagenchauffeurs zorgden ervoor dat de rijst verkocht kon worden, de wegenmakers zorgden ervoor dat de rijst vervoerd kon worden, de aarde, de zon, de maan, het hele universum heeft eraan bijgedragen dat jij nu rijst op je bord hebt. Wat kun je dan anders doen dan er enorm dankbaar voor zijn en er volop van genieten?

Na het eten was het tijd voor 'total relaxation', een liggende geleide meditatieoefening, waarbij iedereen binnen vijf minuten in slaap valt, en je een meditatiehal vol snurkende mensen overhoudt, maar iedereen vindt dat alleen maar heel grappig!

Na het avondeten was het tijd voor 'alternatieve meditatie': Met z'n allen rondjes door de zaal lopen en bij elke bel een stukje sneller gaan. Het had wel wat weg van de gymlessen in de brugklas, behalve dat je dit 'mindful' moest doen en je bewust moest blijven van je adem. Aan het eind rende iedereen dwars door de zal heen, wat tot veel giechelbuien leidde. En toen was het tijd voor de 'nobele stilte' aan het eind van de dag. Het laatste uurtje voor het slapengaan diende in stilte te worden doorgebracht, maar aangezien iedereen echt een soort schoolkampgevoel had, kwam er niet heel veel van terecht.

De volgende ochtend begon al om half zes met de bel. Een half uurtjelater was het tijd voor de wandelmeditatie. Bij mijn vorige retreat moest ik me bewust zijn van elke beweging en al mijn gevoelens en gedachten achter benoemen en achter me laten. Bij deze retreat liepen we met de hele groep een rondje over het terrein, de bedoeling was ervan te genieten, geniet van elke stap die je zet, van de mensen om je heen, van de bloemetjes, de vogels, de zon, de blauwe lucht. Geniet!

Dhamma Talk

De rest van de dagen hadden ongeveer hetzelfde programma. Hoewel de namiddag elke keer anders was. De tweede dag ging het heel algemeen over hoe belangrijk het is elke keer weer even bij jezelf terug te komen. Telkens als je dreigt boos of verdrietig te worden, even op je adem letten en tot jezelf komen. Glimlach naar je gedachten, ze zijn er, ze zijn welkom. Zie hoe ze langs komen drijven en glimlach naar ze, zie hoe ze terugglimlachen. Ik weet dat het heel erg zweverig klinkt, maar het werkt (tot nu toe) wel heel goed, je krijgt er zó'n vredig gevoel van!

De derde dag ging de Dhamma Talk over het 'vernieuwen' van je relaties. Vaak voel je je bij mensen in het begin helemaal geweldig, maar later ga je je vervelen, of er zijn teveel dingen waar je je aan irriteert, of je begint dingen op te kroppen, en dan gaat zo'n relatie moeizamer. Thai (Thich Nhat Hanh) heeft hiervoor meerdere technieken, waaronder 'bloemetjes watergeven'. Hierin vertel je de ander waar je spijt van hebt, waar je mee zit, welke problemen je ondervindt in de relatie, wat je nou eigenlijk zo mooi vindt aan die ander, enz. De ander zegt niks, luistert alleen maar, met volle aandacht.Er werd gevraagd of er iemand in hetpubliek was die dit wildeproberen. Een Thaise man kwam naar voren en riep zijn vrouw.Ze gingen tegenover mekaar zitten en deden,voor dit enorme publiek, de oefening. Toen de man positieve dingen over zijn vrouw zei, hield dat in: 'Je bent een goede huisvrouw, je kunt goed koken, je kunt goed met geld omgaan'. Een Nederlandse vrouw zou dit op z'n minst redelijka-romantisch vinden, maar (over cultuurverschil gesproken)deze vrouwwas tot tranen geroerd.De oefening werd afgesloten met 'knuffelmeditatie', mekaar knuffelen en je bewust zijn van je ademhaling en de aanraking van de lichamen, uiteraard onder luid gejoel van het publiek.

De vierde dag ging het over het starten van je eigen Sangha (groep) om zo de meditatie thuis voort te kunnen zetten met anderen. De vijfde dag ging de Dhamma Talk over sterke energieën als woede en seksuele energie, en hoe je daarmee om moet gaan. Seks wordt niet als iets fouts gezien, het is heel menselijk en als je ertegen gaat vechten, maak je het jezelf alleen maar lastiger. Er wordt echter wel voor gepleit dat je je lichaam niet zomaar aan iedereen 'weggeeft'. Volgens de Dhamma Talk kan er geen goede seks zijn zonder wederzijds begrip, respect en liefde, en dat zijn diepgaande begrippen die je niet in één nacht opbouwt.

Verder werd er op de tweede en derde dag 'gesport'. De tweede dag had ik voor Kung Fu gekozen, en deed ik allemaal indrukwekkend uitziende oefeningen terwijl veel monniken op de achtergrond in een voedbalwedstrijd verwikkeld waren. Helaas begon het al snel te regenen, maar daar lieten wij ons niet door tegenhouden en met een stuk of vijftien andere gekken hebben we in de stromende regen lummeltje gespeeld. De derde dag kwam het neer op spelletjes doen: Met een rij van tien man twintig meter op één been hinken terwijl je het rechterbeen van de persoon achter je beethoudt, met een tennisbal tussen je knieën zo snel mogelijk over de finish, en het geheel werd nog tien keer zo grappig dankzij de monniken, die in hun lange gewaden rustig meededen.

Bonte avond

Nou had ik al een beetje een scoutingkampgevoel, maar dat werd nog eens versterkt door de laatste avond van de retreat, waarbij elke familie een 'act' moest doen op de bonte avond. Reggaeversies van de meditatieliedjes, Thaise comedy, dansende monniken, kinderspelletjes met tweehonderd man,en nonnen die minutenlang in de slappe lach liggen voor de microfoon.Kortom, niet echt wat ik had verwacht bij een meditatieretreat, maar wel superleuk!

Aan het eind van de avond tijdens de zoveelste reggaevariant vroeg ik lachend aan één van de monniken: 'Is dit de eerste jeugdretreat hier?', 'Ja,' antwoordde hij, 'maar het is belangrijk dat je lol hebt, anders kun je niet goed mediteren!' Kijk, zo wordt het leven een stuk leuker!

Ziek!

De laatste dag werd ik 's ochtends heel beroerd wakker. Ik was zwáár aan de diarree, kreeg een antidiarree medicijn, maar kotste dat meteen weer uit, en toen mijn kamergenoten me hadden overgehaald mee te gaan naar het ontbijt, voelde ik me na twintig meter alsof ik elk moment flauw kon vallen. Meteen werd ik naar de meditatiehal teruggebracht, waar ik op de grond moest gaan liggen. Ik kreeg een dekentje over me heen en een oude Thaise vrouw liet me met haar beperkte Engelse woordenschat ontspannen, 'Breathe in, breathe out, relax stomach, smile stomach', terwijl ze mij een massage gaf en een paar jongens om mij heen opdracht gaf haar voorbeeld te volgen. Ik voelde me een beetje opgelaten onder al die aandacht en probeerde ze zover te krijgen dat ik naar m'n hut terugmocht, maar daar was geen sprake van.

Vervolgens werd ik in een auto geladen om naar het ziekenhuis te gaan, samen met één van de nonnen die de avond ervoor tijdens één van de spelletjes hard was gevallen. Daar kreeg ik een consult(maagpijn, goh) en twee soorten medicijnen mee en toen mocht ik weer terug. Inmiddels voelde ik me wel weer een stukje beter en de middag kon ik weer gewoon meedoen met het laatste beetje van het programma. En toen was het wéértijd voor afscheid van een geweldige tijd en geweldige mensen... op naar het volgende onderdeel van m'n reis!

Gelukkig Nieuwjaar!

Compleet gestoord, knettergek, idioot, geweldig, aan bijvoeglijk naamwoorden heb je niet genoeg om zoiets als het Thaise nieuwjaar (Songkran) te beschrijven.

Chiang Mai

Twee dagen vóór Songkran had ik even een tussenstopje in Chiang Mai onderweg van Birma naar Jack. Ik had namelijk niet veel meer dan m'n camera en een paar onderbroeken meegenomen naar Birma en de rest van m'n spullen moest ik dus nog even in m'n guesthouse in Chiang Mai ophalen. In de tuktuk daar naartoe was ik binnen vijf minuten al helemaal doorweekt en zo'n kilometer voor m'n guesthouse weigerde de chauffeur nog verder te gaan, zo heftig was het (zie foto's).

Terug in Phonphisai

De dag erna kwam ik 's ochtends helemaal gebroken uit de stampvolle bus getuimeld. Eindelijk terug in Phonphisai. In een zonnesteekvisioen zag ik een heerlijke middag met een douche en een bed voor me, maar Jack had andere plannen. Songkran! Mijn argument dat het nog geen Songkran was (dat zou pas de dag erna beginnen) maakte op Jack bar weinig indruk en met een auto volgeladen met water en meisjes (nichtje van Jack + vriendinnen + Muriël, en ikzelf zag er ook niet al te... mannelijk uit - zie wederom de foto's) gingen we op weg naar Nongkhai. Overal, zelfs langs de grote weg naar Nongkhai toe, stonden groepjes mensen te feesten, dansen en water te gooien. In veel gevallen schrokken ze er niet voor terug middenop straat te gaan dansen, zodat de auto wel moest stoppen, en dan vervolgens iedereen vol te smeren met ijskoud water en talkpoeder. Nongkhai was nog drie keer zo gek, maar (zei Jack) nog niets vergeleken met wat ons stond te wachten op Songkran zelf...

Songkran - dag 1

En daar bleek Jack helemaal gelijk in te hebben. Tegen de middag reden we weer met een auto vol met water bij Jack's huis weg. Eerst een rondje door het dorp. Daar kwamen we allemaal vrienden van mij (die ik van de Highschool kende) tegen en na mekaar uitgebreid begroet en uitgelachen te hebben (ja inderdaad, dat ging weer vooral over mijn outfit) sprongen ze bij ons in de auto. Stuk of twintig man (zie groepsfoto) in één achterbak. En oja, ook nog twee speciekuipen met water ertussen. We reden nog een paar rondjes tot iedereen ons nat had gegooid en gingen toen nóg meer mensen ophalen. Op dat moment begon het door te dringen dat de auto toch écht vol zat, en besloten de mensen van de Highschool ander vervoer naar Nongkhai te regelen.

Nongkhai was één groot gekkenhuis. Toen we de stad inreden kreeg ik gewoon de rillingen bij het zien van zó'n enorm feest, zoiets is in Nederland echt onmogelijk voor te stellen. Iedereen, maar dan ook echt iedereen, van danseressen in minirokjes tot zakenmannen in pak en van monniken tot oude omaatjes, iedereen was drijfnat en iedereen leek het hartstikke leuk te vinden. Overal stonden mensen middenop de straat te dansen, te drinken en water te gooien. De auto's gingen met een gemiddelde snelheid van 1km/u door deze chaos heen en ik kon mezelf niet meer bedwingen en vloog aan alle kanten de auto uit om met iedereen mee te feesten,drinken en dansen. Ik geloof niet dat ik het ooit zó enorm naar m'n zin heb gehad! Toen we eindelijk na een paar uur door de stad heen waren (geloof me, dat is echt niet zo ver), wilden Jack en de anderen weer naar huis. Geen denken aan! Ik had het veel te veel naar m'n zin en had bovendien wat Travel to Teach-mensen ontmoet, dus een slaapplek in Nongkhai zou zo geregeld zijn. Ik nam even afscheid en dook weer de mensenmassa in, waar een paar gasten mij probeerden te leren breakdancen. Dat was niet zo'n groot succes, maar - saved by the bell - onze lessen werden ruw verstoord door een enorme stoet auto's volgeladen met boeddabeelden. De symboliek achter Songkran is dat je met het water anderen 'wast', en ze zo zegent, past wel een beetje bij de symboliek van Pasen (dat was de dag ervoor). Ook boeddabeelden worden gewassen, als een soort goede daad om je karma een beetje op te krikken na al dat bier zuipen. En om zoveel mogelijk mensen dat te laten doen, worden veel tempels rond deze tijd helemaal leeggehaald en alle boeddabeelden door de stad gereden, zodat iedereen met z'n supersoakers de beelden (en de arme monniken die ernaast zitten te kleumen) kan 'wassen'. Helaas lag mijn camera op dat moment nog in Jack's auto.

Niet veel later kwam ik m'n matties van de highschool weer tegen en na een tijdje met ze rondgehangen te hebben, gingen zij weer terug naar huis en ik, inmiddels toch wel een beetje bibberend van al dat water, besloot dat het helemaal niet zo'n gek idee was en propte mezelf tussen alle anderen in de achterbak van de auto. Tot eenieders verbazing reed de auto echter niet naar Phonphisai. Thai zijn dan echter niet zo dat ze graag willen weten waar we dan wél heengaan, en dus bleef iedereen rustig zitten tot de auto stopte, bij een tempeltje. Daar moest iedereen eruit om de beelden van de tempel met speciaal (althans, er drevenbloemetjes in)water te wassen en vervolgens ook de handen van de stokoude monnik, terwijl hij een zegening prevelde. Hij vond het maar al te prachtig dat hij ook een farang mocht zegenen.

Ten slotte eindigden we toch, half bevroren (hoe warm het hier ook is, als je met 80km/u kleddernat over de weg vliegt, is het toch echt wel koud!) in Phonphisai, waar ik na wat gegeten te hebben doodmoe m'n bed indook, nog nagloeiend van de brandende zon, behalve op de plekken waar (jaja, het raadsel uit m'n vorige verhaal eindelijk ontrafeld...) m'n bikini (nouja, die van Muriël) zat! Ik beloofde mezelf de volgende dag weer gewoon als bloodbuiks te gaan.

Songkran -dag 2

De tweede dag was niet bijster interessant. Volgens Jack had iedereen op die dag een kater en die was daarom maar omgedoopt tot op-bezoek-bij-de-familie-dag. Achteraf bleek het in Nongkhai echter nóg vetter te zijn geweest, maar goed, daar waren wij dus niet heengegaan. In plaats daarvan reden we in een knalrode Jeep van vóór de eerste wereldoorlog rondjes door Phonphisai, en verder deden we het rustig aan wat ik - na die eerste knettergekke dag - eigenlijk helemaal niet zo heel erg vond.

Songkran -dag 3

De derde dag verzamelden we weer de hele klas van de highschool om met ze naar Nongkhai te gaan. In Nongkhai was het inmiddels wat rustiger, maar ik vond het opnieuw helemaal geweldig en had de grootste lol elke onschuldige voorbijganger een emmer water over z'n hoofd te flatsen. Toch prachtig dat dat gewoon kan en dat iedereen gewoon glimlacht in plaats van een revolver tevoorschijn te trekken.

Verder was ook de derde dag weer een superleuke dag, waarop we veel hebben natgegooid, veel zijn natgegooid en veel boeddabeelden en monniken hebben gewassen, maar eigenlijk is dat niet zoveel anders dan de eerste dag. Al met al echt een geweldig feest! Volgend jaar in Nederland!

En verder...

Verder heb ik een heerlijke tijd bij Jack gehad. Het was echt net of ik weer een beetje thuis was. Heerlijk om die hele familie weer te zien, 's avonds lekker met je handen in de kleefrijst te graaien, met Jack disneyliedjes tezingen, tot diep in de nacht slechte films te kijken...

Op een avond werden we door Yupapohn (de lerares van de highschool) uitgenodigd om bij haar thuis wat te komen drinken en daar zat niemand minder dan de nummer 1 popster van Thailand aan tafel! Hij komt echt om het halfuur voorbij op de Thaise muziekzenders en ik kan zelfs één van zijn liedjes helemaal zingen! Haha, ik denk dat miljoenen Thai strontjaloers op ons zouden zijn. Jack was daarna ook echt niet meer te stoppen. 'Ik heb gewoon de hele avond met hem aan tafel gezeten en met hem gepraat! Hij heeft zelfs ijsklontjes in m'n glas gedaan! Dit geloven m'n vrienden nooit!'

Verder had Jack mij iets verteld over een ander soort meditatieretreat (zenmeditatie) van 25 tot 29 april met 200 jongeren uit Thailand en 200 buitenlanders. Althans, dat is het doel. Dat leek me best wel cool en ik besloot me ervoor in te schrijven. Voor die tijd moest ik echter ook nog twee daagjes naar Vientiane (de hoofdstad van Laos) toe om een nieuw tweemaandenvisum te halen (daarover volgende keer meer) en dus verliet ik op tweeëntwintig april vroeg in de ochtend Phonphisai voor (voorlopig) de laatste keer. Met pijn in m'n hart. Al die geweldige mensen die ik daar had ontmoet, alle leuke momenten, het was net of ik dat nu echt voorgoed achter me liet.

Ik keek door het raampje tot Jack en z'n moeder uit beeld waren verdwenen en kon toen een glimlach niet onderdrukken. Al die geweldige mensen die ik daar had ontmoet, alle leuke momenten, die kan niemand me meer afnemen...

Bizar Birma

'Fascinerend Myanmar' was de titel van de weblog van Remco en Kyra over Myanmar, en die titel dekt de lading eigenlijk veel beter. Bizar klinkt zo... negatief. En mijn ervaring in Birma was alles behalve negatief, maar goed, ik ben dan weer te trots om zo'n titel te kopiëren en vandaar deze alternatieve titel. Ok, to the point.

De grens over

De dag dat mijn visum verliep, kwam ik om één over zes bij de grens in Mae Sai (het Noordelijkste puntje van Thailand) aan, de grens sloot om zes uur. De nacht bracht ik door in een goedkoop Chinees hotelletje dichtbij de grens en de volgende ochtend stond ik zo vroeg mogelijk op om te zorgen dat ik nu wél op tijd de grens over zou kunnen. Zodra ik de deur uitliep, hoorde ik een boel getrommel en herrie en toen ik bij de 'hoofdstraat' van het stadje aankwam, zag ik wat ik al vermoedde: Er was weer een novicefestival aan de gang, waarin jongetjes volledig opgemaakt en verkleed door de straten worden gedragen alvorens voor drie maanden (of iets minder) als novice (soort leerlingmonnik) het klooster in te gaan. Elke Thaise jongen moet dit voor zijn twintigste hebben gedaan en je kunt je dus wel indenken dat er rond deze tijd een flink aantal jongetjes over de straten wordt gedragen. Deze stoet was dan ook behoorlijk groot: Voorop liepen allemaal olifanten met daarop verklede jongetjes, gevolgd door auto's met verklede jongetjes, scooters met verklede jongetjes en ten slotte verklede jongetjes op de schouders van hun papa's. Geweldig om te zien, maar ik herinnerde me dat ik de grens over moest en liep toch maar de andere kant op.

Voor ik de grens over was, waren we weer een tijdje verder. Ten eerste moest ik allemaal formuliertjes invullen aan de Thaise kant, en een boete betalen, omdat ik een dag te laat de grens over ging. Toen dat allemaal achter de rug was, moest ik Birma in en omdat ik verder wilde dan alleen het grensplaatsje, moest er nog weer een heel apart paspoort voor me worden aangemaakt. Mijn paspoort namen ze in en de komende dagen zou ik dus alleen dat kartonnetje hebben. En toen was ik in Tachileik, een grensplaatsje dat bijna volledig in een markt is veranderd dankzij alle Thai die daar dagelijks de grens oversteken om goedkoop sigaretten en viagra in te slaan. Toch merk je wel direct dat je de grens over bent, veel mannen lopen in een sarong (grote doek om hun middel), hebben rode tanden (vanwege een soort besje waar iedereen hier op loopt te kanen) en het aantal écht arme mensen ligt minstens tien keer zo hoog als in Thailand. Ik raakte aan de praat met een Birmees die me vertelde dat de tijd hier een half uur achterloopt (handig om te weten!) en hij hielp me naar de zwarte markt om m'n geld te wisselen (3000 baht - zo'n 65 euro - wisselde ik in voor 82500 Kyat, en dat terwijl de officiële door de regering bepaalde wisselkoers 1$=6Ks is... reken dat maar even uit! Vervolgens hielp mijn nieuwe vriend me aan een scootertaxi naar het 'station', waar ik voor de dubbele prijs van wat een Birmees betaalt een buskaartje naar Kengtung kocht, en toen was het wachten geblazen. Anderhalf uur te laat vertrok de bomvolle bus voor een rit van 4 a 5 uur, waarbij elke drie seconden (niet overdreven!) werd getoeterd, de buschauffeur meer links dan rechts reed (gelukkig kwamen we meer kippen, ossen en zwijnen tegen dan auto's) en het meisje achter mij continu zat te kotsen. Oh en dan heb je natuurlijk nog de legercontroles voor het betreden en verlaten van elk plaatsje. Gelukkig maakte de prachtige omgeving alles goed.

In Birma heb je geen plannen nodig...

Kengtung was geweldig. 's Avonds vond ik een eettentje en iedereen wil met je praten en met je drinken en met je roken en rode besjes kauwen. Ok, dat laatste was iets minder prettig, maar voor de rest was het een superleuke avond. Het Engels is hier net zo beperkt als in Thailand, maar dat maakt niks uit, want wie écht wil praten, kan dat, ook zonder taal.

De volgende dag, maandag, stond ik vroeg op, zonder plannen, maar ik had zo'n vermoeden dat ik wel wat tegen zou komen. Ook hier had ik weer het geluk een stoet geschminkte jongetjes voorbij te zien komen, hoewel de olifanten en auto's hier ontbraken.

Bovenop een berg staat een groot boeddabeeld, uitkijkend over de stad. Ik besloot daar naartoe te gaan lopen en bovenop de berg ontmoette ik één van de mannen waarmee ik de avond daarvoor had gegeten. Ik moest bij hem en z'n vrienden komen zitten theedrinken en we zaten ruim een uur te kletsen, totdat hij besloot me mee te nemen naar zijn 'museum', een kamer met aankleedpoppen in kleding van alle verschillende stammen die daar in de buurt leven. Het stelde niet zo heel veel voor, maar ik vond het vooral heel cool dat hij me dit allemaal wilde laten zijn en weigerde daarvoor geld in ontvangst te nemen. Daarna liet hij me een traditionele Birmese pijp roken, een enorme bamboepijp waar ik onmogelijk rook uit gezogen kreeg, maar ik kan in ieder geval zeggen dat ik het heb geprobeerd! Vervolgens zaten we nog een tijdje bij het theewinkeltje (waar de thee gratis is - ik snap het echt niet!) en toen moest m'n vriend weer aan het werk en ging ik weer verder lopen. Ik huurde een fiets bij m'n guesthouse en reed een rondje door het stadje. Een bizarre mix van geschiedenis en moderniteit. Hippe jongeren met popsterkapsels en yamaha-scootertjes schieten je voorbij, terwijl je een stukje verderop een groepje vrouwen van een bergstam met enorme manden hout op hun rug ziet sjouwen. Stevige tantes met roodbebloede schorten die voor je neus een kip slachten en de altijd-aanwezige goedkope-Chinese-electronica verkopers. Net of je continu heen-en-weer wordt geslingerd in de tijd. En dan is iedereen ook nog eens enorm vrolijk en aardig, terwijl je aan de andere kant weet dat hier een regering aan de macht is die wegen laat aanleggen d.m.v. dwangarbeid en iedere (potentiële) tegenstander laat omleggen.

Een paar jongens zijn bezig zoveel mogelijk enorme zakken rijst op een scootertje te laden. Ik vraag ze of er hier ook internet is en meteen worden alle zakken rijst er weer afgegooid, zodat ze mij de weg kunnen wijzen. Het 'internetcafé' is een betonnen blok met daarin 8 computers met een rampzalige internetverbinding waarin bovendien het grootste deel van de websites door de regering is geblokkeerd. Gelukkig doet mijn e-mail het wel en ik laat even het thuisfront weten dat ik nog leef.

Als ik weer op m'n fiets zit, hoor ik een boel muziek en besluit mijn oren te volgen. Ik kom uit bij een tempel waar ik meteen door allemaal mensen naar binnen word gedirigeerd. Ook hier zitten weer allemaal geschminkte jongetjes zielig voor zich uit te staren (en sommigen lopen mekaar te slaan met hun aalmoesschalen) terwijl hun ouders vol trots en enthousiasme voor ze neerknielen en de boedda om allerlei zegeningen vragen. Ik word naar buiten gesleurd en aan een tafel gezet, waar de heerlijkste gerechten voor me worden neergezet. Er wordt ergens een student vandaan geplukt die een beetje Engels kan en hij wordt naast mij geplant om met me te praten. Hij legt me uit dat dit inderdaad deel van die novice-festivals is en dat hij elk jaar vanuit Yangoon (de voormalige hoofdstad) terug naar huis komt rond deze tijd om dit en Songkran (onder een andere naam) te vieren. Ik geniet van de mensen en het eten en na een tijdje lijkt het afgelopen te zijn en stap ik weer op m'n fietsje. Onderweg word ik door een man gewenkt, of ik even wat met hem wil drinken. Zelfgemaakte whiskey. Nou had ik dat in Thailand al regelmatig op, dus ik ging er vanuit dat het hier ook wel zou kunnen. Meneer was echter nogal enthousiast en het ging nogal snel, binnen een half uurtje hadden we samen twee flesjes leeg. Ik vond het best gezellig, maar besloot toch dat het verstandiger was er vandoor te gaan. Ik bedankte de man en nam uitbundig afscheid en ging toen terug richting mijn guesthouse. Geweldig toch? Je loopt 's ochtends zonder plannen je guesthouse uit en komt pas laat in de avond weer terug, een dag vol ontmoetingen en ervaringen rijker.

Op bezoek bij de bergstammen

De volgende ochtend werd ik weer vroeg wakker, en voelde me heel beroerd, maar ik moest eruit, want ik zou met twee Engelsen die ik op de bus had ontmoet en twee Hollanders die ook in het stadje waren, gaan wandelen richting een paar bergstammen. Onze gids raadde ons aan om wat spulletjes voor de kinderen in het dorp te kopen, omdat we daar te gast zijn en zo iets terug kunnen geven. We besloten wat schriften, pennen en potloden te kopen, en ik haalde onderweg nog een hele lading felgekleurde plastic waterpistooltjes, die kun je echt overal kopen in verband met het aankomende waterfeest. We bezochten die dag eerst een Akha-dorpje (waar de vrouwen allemaal prachtige hoeden met zilveren munten dragen, daar sparen ze jáááren voor), maar dat lag aan de weg en werd vaker bezocht door toeristen, met als gevolg dat ze al helemaal voorbereid waren en probeerden ons allemaal 'authentieke' kleding en accesoires aan te smeren. Daarna kwamen we bij een Black Lahu-dorpje, waarin iedereen (heel verrassend) zwarte kleding draagt en ook nog eens zwarte tanden heeft! Schijnt te maken te hebben met een plant ofzo waarop ze hier kauwen.

Ten slotte moesten we nog een uurtje lopen voor we bij het Eng-dorp uitkwamen. Iedereen in traditionele kleding, behalve de kinderen, die lopen voor het grootste deel nog naakt rond. Het was echt net of we ineens in Afrika waren beland ofzo, inclusief hongerbuikjes van het eenzijdige eten (rijst en chilli's). We deelden daar de pennen uit, maar de kinderen hadden geen idee wat ze ermee aanmoesten! Ze hebben ook helemaal geen onderwijs of wat dan ook hier en kunnen lezen noch schrijven. We gingen naar het huis van de sjaman, een oude vrolijke man met een grote glimlach op z'n gezicht. Z'n huis stond vol met allemaal heilige instrumenten en dus mochten we niet naar binnen en dus gingen we met z'n allen voor z'n huis zitten. Hij vertelde dat hij ooit negen broers had, maar dat ze nu nog maar met z'n drieën zijn, veel mensen sterven hier aan ziektes of simpelweg aan ondervoeding. Ze hebben geen medische zorg en als de oogst een keer mislukt, is er dus gewoon geen eten. Dat is geen honderd, maar duizend jaar terug in de tijd!

De dag werd afgesloten bij de Hot Springs, net als bij Pai, heetwaterbronnen die vanuit de aarde opborrelen en waarbij badjes zijn gemaakt waarin je kan zitten en genieten van dit heerlijk stinkende water. Ik vond het wederom helemaal geweldig en heb er minstens een uur ingezeten voor ik eruit werd geslagen.

Onverwacht nóg een dagje naar de bergstammen

De volgende ochtend werd ik om acht uur wakker van geklop op mijn raam. Buiten stond een jonge Birmees enthousiast op m'n raam te timmeren. Chaggerijnig draaide ik me weer om, in de hoop dat hij weg zou gaan, maar dat deed hij niet. Bleek een gids te zijn en hij beweerde dat ik hem beloofd had met hem te gaan trekken. Ik wist van niks. 'Wanneer dan?', 'eergisternacht!', de avond van de zelfgebrouwen whiskey. Ik had écht geen zin en ze: 'Ik geef je wel geld ofzo...', toen keek hij echter zó verbouwereerd, dat ik besloot met 'm mee te gaan. Z'n lippen trilden nog helemaal toen ik m'n kamer uit kwam, arme kerel, ik voelde me echt schuldig! Ik stapte bij 'm achterop de scooter en we reden door de prachtige groene rijstvelden richting de bergen. Toen we er bijna waren, stopte hij de scooter en begon het wandelen. De eerste drie dorpjes waar we doorheen kwamen, lagen redelijk dicht bij de weg en leken ook iets verder ontwikkeld, maar toen gingen we op weg naar het Lahu Shii-dorpje, helemaal bovenop een enorme berg, een wandeling van ruim twee uur. Dit dorpje was echt enorm arm en omdat ze volledig onopgeleid zijn, hebben ze ook geen flauw benul van geld ofzo. Ze werken dagenlang aan een rieten mand, lopen drie uur lang om bij de markt te komen en verkopen 'm dan voor omgerekend twee euro. Hun traditionele kleding is lichtblauw van onder en wit van boven, maar omdat ze te arm zijn om dat te maken, dragen ze goedkope blauwe en witte kleding van de markt. Volgens hun geloof moeten ze echter afgescheiden leven van de rest van de samenleving, en ze kunnen zich dus ook onmogelijk verder ontwikkelen. Ze geloven dat de geesten van hun voorouders overal in aanwezig zijn en houden jaarlijks een ceremonie om de geesten welkom te heten in hun dorp.

De terugweg was minstens net zo boeiend als het dorp zelf. M'n gids had een echt enorme kennis over de geschiedenis van zijn land en de bergvolken en daarnaast hadden we het ook over hele simpele dingetjes, ons eigen leven, onze familie, ons werk. 's Ochtends keek ik enorm op tegen deze tocht, maar achteraf was ik zó enorm blij dat ik het gedaan had!

Dagje voor mezelf

Donderdag had ik na al die indrukken en ervaringen even wat tijd voor mezelf nodig. Ik bleef op m'n kamer (want zodra je je op straat begeeft wil iedereen met je praten!), las een boek, viel nog een keer in slaap tussendoor... Dit soort ervaringen is echt zó uitputtend, het liefst was ik die dag meteen naar huis gevlogen om weer gewoon in een vertrouwde omgeving te zijn, een bad te nemen, met Sem rond de put te wandelen, m'n ouders en broertjes vertellen hoe bizar Birma wel niet was, met een blik vol verwondering terug kijken op de bijzondere dingen die ik had meegemaakt en lekker te lachen en te weten dat het thuis nog gewoon hetzelfde was als het altijd was geweest... maar op dat moment was ik helemaal op mezelf aangewezen en dat is dan toch wel behoorlijk zwaar. 's Avonds had ik echter wel weer genoeg van het met-mezelf-zijn en ging ik een kopje thee drinken aan het meer. Zoals ik had verwacht, zat er binnen een kwartier iemand aan m'n tafeltje om met me te kletsen. Het was een jonge gast die een beetje Engels kon en hij wist me duidelijk te maken dat hij van één van de (in de vorige eeuw bekeerde) Karen-stammen uit de bergen kwam. Het stikt hier in Birma van de kerken dankzij allerlei missionarisen die deze wilde omgeving met primitieve bergvolken wel een interessante plek vonden om zieltjes te gaan winnen. Aan de ene kant hartstikke zonde, want veel bergvolken lieten van het ene op het andere moment hun eeuwenoude animistische geloven acher zich, waardoor veel kennis verloren is gegaan. Op dit moment vond ik het echter wel leuk, want deze jongen was aanbiddingsleider in zijn kerk en kon op zijn gitaar allemaal liedjes spelen die wij ook met de JK-band doen. Samen brachten we de avond zingend door aan de waterkant, totdat het begon te regenen en ik m'n kamer weer opzocht. Wederom is het woord 'bizar' hier volledig op z'n plaats. Ik had veel van Birma verwacht, maar niet dat ik er 'de kracht van Uw Liefde' zou zingen, ondersteund door het gitaarspel van een jonge Birmees uit de bergen.

En weer terug naar Thailand...

Vrijdag was alweer m'n laatste dagje in Birma. Na een boel gezeik om m'n paspoort weer terug te krijgen, bezocht ik nog even de markt. Daar werden de tegenstellingen het duidelijkst: Hippe Billabong-shirtjes en glinsterende hoeden van de bervolkvrouwen, Goud- en zilverwinkels, zelfgemaakte bamboemanden, kleurrijke waterpistooltjes, netgevangen vissen, stapels medicijnen (kies maar uit!), gedroogde chilli's watermeloenen, DVD's en posters van Boedda's, bekende monniken, Jezus, Maria en Koreaanse popsterren, echt een bizarre mix!

En toen was het tijd om weer op de bus te stappen, terug richting Thailand. De rit verliep 'soepeltjes' (voor zover dat hier mogelijk is), een monnik bood me een kauwgompje aan en wist moeiteloos een hele rits Hollandse voetballers op te noemen, het jongetje naast mij keek mij ongeveer continu met een grote glimlach aan en op de TV werd een film vertoond over het 'heldhaftige' optreden van regering en leger na de grote natuurramp van vorig jaar. P.R.O.P.A.G.A.N.D.A.

In elk dorpje werd de bus volledig doorweekt met water (Songkran begint nu echt te kriebelen) door enthousiaste kindjes, en aangezien de bus geen deur had, was vooral de chauffeur daar het slachtoffer van. En toen waren we weer in Tachileik. Ik nam een motortaxi naar de grens, wisselde m'n laatste briefjes van 1000Ks in voor Baht, wierp nog een blik op de chaos van de grensmarkt en stak toen de grens over. Precies op tijd, want toen ik in Thailand aankwam, bevroor iedereen en werd het volkslied gespeeld. Stipt zes uur.

Ik keek nog één keer achterom naar het geweldige land dat ik achter me liet en schreeft 's avonds het volgende stukje, dat wil ik graag even met jullie delen:

Over het leven in Birma

Ik denk niet dat ons leven beter is dan dat van de Birmezen. Natuurlijk, wij mogen onze regering uitschelden, wij kunnen grote huizen kopen, wij verdienen (letterlijk!) zestig keer zoveel, maar maakt dat ons gelukkiger? Hebben we écht meer vrijheid? Juist omdat de mensen hier niet alles kunnen krijgen wat ze willen, genieten ze enorm van wat ze wel hebben. Juist omdat het leger zomaar hun mannen kan komen ophalen, geniet men van iedere dag dat dat niet gebeurt. Negen van de tien keer (ook letterlijk!) doet de electriciteit het niet, maar hoor jij mensen klagen of alleen al geïrriteerd zuchten? Nee hoor, met een glimlach worden de kaarsjes tevoorschijn getoverd. En ook al heb je hier als rijke Westerling een dikke camera om je nek hangen, niemand is te beroerd zijn eten met je te delen. Als 'maatschappelijke stage' zouden ze iedere Hollander gewoon eens een weekje onder de Birmezen moeten laten leven.

Two weeks later...

En toen was het ineens twee weken later! Ik zit nu middenin Songkran (het Thais nieuwjaar) en dat is echt knettergek en helemaal geweldig! Heb alleen even geen tijd (en zin) om jullie uitgebreid bij te praten over de afgelopen weken, dat komt na deze gestoorde dagen wel weer! Nu even een kort opdateje om jullie te laten weten dat ik echt nog leef:

Een paar dagen na m'n vorige berichtje moest ik de grens over omdat m'n visum zou verlopen. Eerst was ik van plan om naar Laos te gaan, maar na wat verhalen over Myanmar (Birma) gehoord te hebben, besloot ik mijn plannen te veranderen. Een dag te laat (de grens was net een minuut dicht toen ik er aan kwam!) stak ik de grens over naar dit bizarre maar geweldige land. Daar heb ik echt een paar geweldig bijzondere dagen meegemaakt alvorens een klein weekje later dezelfde grens weer over te steken naar Thailand toe. Na bijna twee dagen besteed te hebben aan in de bus zitten en op de bus wachten, kwam ik weer bij Jack aan, precies op tijd voor Songkran, het Thais nieuwjaar. De eerste dag zit er inmiddels op en wat mij betreft is het feest nu al geslaagd, maar we hebben nog twee dagen te gaan!

Veel Thai zitten tussen het watergooien door aan de TV gekluisterd om de situatie in Bangkok te volgen, waar demonstraties van de 'rooies' behoorlijk uit de hand lopen. Die demonstraties beperken zich niet alleen tot Bangkok, in Pai zag ik ze al bezig, en in Nongkhai konden we eergisteren niet verder met de auto, omdat 'de rooies' de weg hadden geblokkeerd en (volgens Jack) een poging deden de vriendschapsbrug naar Laos over te nemen. Jack en ik heb besloten ons maar bij de 'blauwes' aan te gaan sluiten, de derde groep die het conflict probeert op te lossen door de rooies en geles van de straat te slaan. Vreedzaam volkje, die Thai. Maar goed, hier in Phonphisai en Nongkhai loopt verder iedereen in vrolijke alle-kleuren-bloesjes rond en wordt er alleen maar geschoten met waterpistolen,dus ik overleef de komende dagen nog wel! Hoewel... sinds gisteren (ik had geen shirt aan en de zon scheen nogal fel) heb ik wel een rood t-shirt in m'n lichaam gebrand ;-) Op de bikinibandjes na, maar daarover volgende keer meer!

Ow en ik heb inmiddels m'n Zip your lip actie met succes volbracht. Na m'n laatste snack op Goede Vrijdag(avond) (geloof het of niet, maar dat waren gefrituurde meelwormen die ik nog vanuit Myanmar had) heb ik niet meer gegeten tot we op zondag in de bus een pakje sojamelk en een koekje kregen. Die vierentwintig uur zijn dus meer dan volbracht! Iedereen enorm bedankt voor de donaties! 101 euri heb ik volgens de site binnengehaald, waarmee dus 4,2 jongeren een nieuwe kans hebben gekregen!

Gelukkig Nieuwjaar! Ow en een fijne pasen natuurlijk!

lovely Pai

Pai, de plek waar iedereen van reggae houdt, waar je overal op straat banaan-chocoladepannekoekjes kan kopen, waar ik in een bamboehut aan de rivier slaap, een rivier waar ik uren bij kan wegdromen... Pai, een plek gelegen in een supermooie vallei tussen de bergen van het Noorden, waar je continu leuke mensen ontmoet en waar de peacetekens, tie-dye-shirts en spirituele cursussen je om de oren vliegen... Ik denk niet dat ik hier ooit nog wegkom...

Zo'n zes dagen geleden (vergeef me dat ik de tel een beetje kwijtben) stapten we 's ochtends in het minibusje van Chiang Mai naar Pai. Ik was al snel kots- en kotsmisselijk, de weg naar Pai wordt niet voor niets 'de weg van 762 bochten' genoemd. Onderweg zag ik een pick-up volgeladen met varkens en toen besloot ik: vanaf nu wordt ik vegetariër (de rest van de dag was ik dat vergeten, maar sinds de dag erna heb ik het volgehouden! Zeg er trouwens meteen bij dat ik bij Jack wel vlees ga eten, omdat je daarmee hun gastvrijheid waardeert :P)

Naar de golfjes staren

Toen we in Pai uitstapten was alle misselijkheid meteen volledig vervangen door de chillheid van het stadje. Jeroen en ik vonden een bungalo (rieten hut mét eigen douche en wc) aan de kant van de rivier voor maar liefst 200B per dag en besloten meteen daar onze zooi te dumpen. Toen wilden we even het internet opzoeken, maar in heel Pai bleek de stroom te zijn uitgevallen (is me sinds die dag nog drie keer overkomen trouwens...) en dus gingen we maar een beetje in de hangmat hangen en een boekje lezen. Verder hebben we een beetje het stadje bekeken en wat gegeten en daarna ging ik aan de rivier zitten lezen, boekje schrijven, naar de golfjes en de zonsondergang staren, wat een geweldige plek!

Mama yoga!

Vrijdag had ik afgesproken met Mama, een Thais-Indiase vrouw die hier in Pai woont en in haar huis yogalessen geeft. 's Ochtends om tien uur was ik present. Mama is een 61-jarige vrouw (die er uitziet als iemand van 40) met allemaal rinkelende kettinkjes om haar enkels en een enorm vergeetachtig brein. Ze praat het liefst de hele dag en ze eet inmiddels al tien dagen lang alleen maar watermeloen, omdat ze last heeft van haar maag.

Mijn eerste les was zwáár, op sommige punten redelijk onmogelijk, maar wel heel cool. Als je ziet hoe enorm soepel Mama nog is op haar leeftijd, kán het ook gewoon niet anders dan goed zijn. De les werd afgesloten met een lach-en-schreeuw-momentje: met z'n allen in een kring staan en uit het niets heel hard gaan lachen. Hilarisch lijkt me een goede beschrijving...

Na die eerste twee uur gingen we lunchen, terwijl Mama aan één stuk door praatte, over de rellen die nu weer flink oplaaien, over haar verleden als model, over vasten, vlees eten en alcohol. Ze werd eens versierd door een jonge kerel en zei toen: 'How old is your mom? I'm older than your mom!', 'nou, en toen wassie snel weg!'

Om drie uur 's middags begon het tweede deel van de lessen, waarin ik en een Zweeds meisje (voor ons allebei was het de eerste dag) alle basishoudingen nog even extra uitgelegd kregen en een zelfgetekend (en hoe!) boekje van Mama kregen, zodat we thuis ook lekker door kunnen yoga-en. Daarna had Mama wéér eten voor ons en uiteraard nog meer grappige verhalen. Dat mens is echt knettergek, maar wel geweldig! Dat is sowieso één van mijn belangrijkste lessen van deze reis: Iedereen die gewoon lekker doet waar hij/zij zich goed bij voelt, is zóveel vrolijker, gelukkiger en interessanter dan iedereen die (als de meeste mensen) hard z'n best doet om normaal over te komen.

Hot Springs

Zaterdagochtend ging ik uiteraard eerst om 10u weer yoga-en bij Mama. Alle vervolglessen zijn van 10-12u 's ochtends, dus dat is ideaal, kun je daarna lekker de rest van de dag wat anders doen. Jeroen en ik huurden een scootertje (jaja! Ik kan nu ook scooteren :P zij het met een automaatje...) en gingen naar de Hot Springs, heetwaterbronnen die vanuit de aarde omhoogborrelen en met een temperatuur van boven de tachtig graden (én een enorme stank) uit de bergen borrelen. Dat water stroomt in stroompjes van de bergen af - koelt ondertussen oo wat af - en creëert zo her-en-der een soort 'badjes' waar je in kan zitten. Wij gingen naar de 'koudste' in het park (alsnog 45 graden ofzo) en na tien minuten helemaal ondergedompeld te zijn, voelde ik m'n handen, voeten en gezicht niet meer. Al het bloed was eruit getrokken. Helemaal high wist ik mezelf aan de kant te hijsen en na een half uurtje was ik weer een beetje bijgekomen. Nog een keer! Jeroen vond het wat minder boeiend en dus gingen we daarna weer op onze scootertjes nog een beetje de omgeving bekijken. Pai ligt echt in een prachtige vallei (zélfs nu in het droge seizoen) met allemaal rijstvelden, bijna sprookjesachtig!

Scooterdagje

Zondag is Mama's vrije dag, geen yoga dus, en Jeroen en ik maakten van die gelegenheid gebruik om vroeg op pad te gaan: Met de scootertjes naar Mae Hong Son, 111km verderop. Het plaatsje zelf is niet zo boeiend, maar wat een prachtige weg ernaartoe! Van het rivierdal tot bovenin de bergen, van eindeloos uitzicht tot enorme rookwolken (ze verbranden hier de gevallen bladeren in de bossen om grote branden te voorkomen), en vooral weer heel veel bochten! Maar wat wel echt een topervaring! Ben blij dat ik met Jeroen ben meegegaan!

Jeroen en ik wilden allebei eigenlijk wel naar de 'coffin caves', enorme groten gevuld met eindeloze rijen grafkisten en niemand weet waar ze vandaag komen. Op de terugweg zagen we een bordje staan daarvan en we besloten het te volgen. We kwamen echter uit bij vier kleine grotjes, waar twee jochies ons voor een halve euro rondleidden en de grafkisten allang waren verdwenen. De 'echte' bleken nog zo'n 12km noordelijker te liggen, we hadden allebei echter meer zin om gewoon terug te rijden naar Pai en dat deden we dan ook. Chillen en banaan-chocolade-pannekoekjes ('moslimpannekoekjes') eten!

Hollanders...

Maandagochtend ging Jeroen weer terug naar Chiang Mai om een Muay Thai bokscursus te doen, dus even afscheid genomen (voorlopig, want waarschijnlijk zie ik hem met Songkran wel weer...) en ik ging daarna uiteraard weer naar Mama voor een yogalesje. Het gaat echt steeds soepeler en ik ga het ook met de keer leuker vinden om te doen! Ik kan inmiddels al een brug doen en zelfs zonder hulp op m'n kop staan! 's Middags ging ik weer aan de rivier zitten en naar de golfjes zitten staren... boekje lezen... als ik nou ook nog gitaar kon spelen zou het helemáál perfect zijn geweest...

's Avonds raakte ik in gesprek met twee Hollanders die ik bij de yoga had ontmoet, en nog twee Hollanders die daarbij zaten. Samen zaten we een tijdje te kletsen en wat te drinken en toen gingen we naar 'Divine Healing Centre' toe, een plek waar je reiki kunt doen en helende kristallen kunt kopen en je chakra's kunt openen, maar wij dronken er gewoon een kopje thee. Extreem relaxed plekje met extreem relaxte muziek, vééél kussens en een hele boekenkast vol met boeken over religie,spiritualiteit en... Harry Potter! Ik heb zo'n vermoeden dat dit niet de laatste keer was dat ik daar ben geweest...

Rond elf uur gingen ze dicht en wij wilden eigenlijk nog wel ergens anders heen. We gingen op zoek naar een plek waar een reggaebandje zou spelen, maar dat bandje was spoorloos verdwenen, en zo eindigden we bij TingTong, een relaxte 'club' met een kampvuurtje, dronken Engelse jongeren en housemuziek. Ik vermaak me perfect hier!

Vandaag...

Tsja, wat valt daarover te zeggen... na m'n yogalessen belandde ik weer in het Divine-cafeetje, en daar ben ik de rest van de dag niet meer uitgekomen... zóveel leuke boeken, chille muziek, lekkere fruitshakes, gezellige mensen... op een gegeven moment kwam Fleur (één van de Hollanders van de vorige avond) ook nog even langs om wat te gaan zitten lezen en samen dronken we een theepot leeg, om vervolgens met de andere drie Hollanders te gaan avondeten. Plotseling viel de stroom uit (dat was dus de vierde keer...) en dus moesten we bij kaarslicht gaan dineren... ook niet vervelend ;-)

En verder heb ik niet zoveel boeiends te melden... ik vermaak me hier perfect en probeer tussendoor ook nog plannen te maken... maar ik heb echt gewoon de neiging om hier twee weken te blijven hangen... volgende keer meer! En oja, ik heb foto's geprobeerd te uploaden, maar het internet had even geen zin, wederom, volgende keer meer geluk!

Peace,

Jeroen.